BRANDMELDCENTRALE GMC+
Uitgekiende hardware en software hebben een centrale opgeleverd, hoog technologisch in een compacte behuizing. De centrale is leverbaar met of zonder ingebouwd bedieningspaneel.
De centrale communiceert volledig bidirectioneel met het totale gamma Arginadetectoren, handbrandmelders, input/output modules en gasdetectoren. Brandmeldinstallaties van 1 detector tot meer dan 10.000 detectoren kunnen met de GMC+ centrale opgebouwd worden.
Centrales kunnen via het ArgNet vrijwel onbeperkt gekoppeld worden met elkaar en met één of meerdere bedieningspanelen.
Daar waar nodig kunnen ArgNet interfaces worden ingeschakeld om lokaal de koppeling te verwezenlijken met:
-
PC via een USB interface
-
Pager via RS232 interface
-
Printer via RS232 interface
-
LON via ArgLon interface
Het bedieningspaneel kan zowel in opbouw of inbouw gebruikt worden. De bedieningspanelen op afstand kunnen zowel op 24Vdc als op 230Vac gevoed worden. Zij beschikken dan over een eigen voeding/lader en backupbatterij.
Opties:
-
Ingebouwde audio interface: Hiermee kan de centrale gekoppeld worden aan een PA-systeem. De centrale kan dan vooropgenomen boodschappen genereren en zelfs bij een alarm melden met identificatie van waar het alarm afkomstig is.
-
Modemmodule: Hiermee worden volgende opties mogelijk:
-
automatische telefonische branddoormelding met spraak
-
automatische telefonische koppeling naar compatibele meldkamers (SIA protocol)
-
onderhoud en updaten van de centrale van op afstand
De bidirectionele lussen zijn fysisch een tweedraadsleiding (getwist paar). Ze zijn volledig compatibel met kortsluitisolatoren. Indien men de lus uitvoert als gesloten ring, dan zal bij lijnbreuk op de lus, de lus langs beide zijden gevoed worden, zodat alle detectoren en handbrandmelders actief blijven.
Bij kortsluiting zal enkel het gedeelte van de lus uitvallen waar de kortsluiting optreedt.
De lussen interfacen met ‘analoge’ detectoren: dit zijn identificeerbare meetelementen die continu hun analoge meetwaarden doorgeven aan de centrale via een digitale communicatie. De centrale zal aan de hand van meerdere opeenvolgende meetwaarden en specifieke algoritmes bepalen of een detector in alarm of storing is.
De centrale interpreteert ook de gegevens op langere termijn zodat aan preventief onderhoud kan gedaan worden. De taal waarin de centrale meldingen geeft is op alle ogenblikken wijzigbaar met 1 toets. Bij elke melding verschijnt een exacte plaatsbepaling. (Deze door de gebruiker opgegeven tekst, tot 40 karakters lang, blijft onveranderd).
De centrale heeft standaard 5 vrij configureerbare relais. Als optie kunnen ook 2 extra relaisprinten in de centrale voorzien worden. Deze geven ofwel 12 extra relais per print (1A/relais) of 6 relais per print (5A), telkens 1 omschakelcontact.
Uiteraard kunnen relais ook op afstand worden geplaatst door gebruik te maken van input/outputmodules op de lussen. De centrale heeft 4 universele ingangen:
-
2 bewaakte ingangen voor het aansluiten van bijv. een externe resetschakelaar.
-
2 universele optocoupler ingangen.
De ingangen kunnen uitgebreid worden, bijvoorbeeld met de 4 extra ingangen per relaisuitbreidingsprint, of met op afstand geplaatste input/outputmodules.
De centrale wordt snel en volledig geconfigureerd met het ConfiGMC-programma op PC.
Bij het in dienst stellen of tijdens onderhoud kan een laptop of PC ingeplugd worden in een bedieningspaneel, zonder dat dit geopend hoeft te worden. Via de laptop kunnen ook alle interne meetgegevens opgevraagd worden, bijvoorbeeld de meetwaarden van de detectoren, het stroomverbruik op de lussen of het stroomverbruik van de externe gebruikers.
Eenvoudige instellingen zoals vertragingstijden kunnen via het bedieningspaneel zelf ingesteld worden.
De LCD backlight wordt automatisch ingeschakeld zodra een toets wordt ingedrukt of indien een alarm of storing gemeld wordt.
De verschillende autorisatieniveaus:
(EN54-2/4):
Niveau 1:
4 toetsen zijn voor iedereen toegankelijk: alarm scrolI, lampentest, zoemer stil, taalinstelling.
Niveau 2:
De overige toetsen zijn toegankelijk zodra de speciale sleutel in het bedieningsklavier wordt gebracht en naar de juiste kant wordt gedraaid.
Niveau 3:
Sommige functies onder de F-toets worden pas toegelaten na invoeren van een code.
Niveau 4:
Door inpluggen van een laptop met het ConfiGMC-programma is het mogelijk de volledige progammatie en alle gegevens te bekijken.
Het ArgNetnetwerk koppelt de GMC+ brandmeldcentrales, de bedieningspanelen en de ArgNetinterfaces.
Het ArgNetnetwerk maakt gebruik van een getwiste afgeschermde tweeaderige kabel en is niet gepolariseerd.
Voor een verhoogde betrouwbaarheid, of indien keuringsorganismen dit eisen, kan gebruik gemaakt worden van een tweede kabel, aangesloten op de ArgNet Backup klemmen. Indien de communicatie op het eerste net onmogelijk is, schakelen alle units over op het backup net, zodat heel het systeem operationeel blijft, zelfs bij lijnbreuk of kortsluiting op een net.
Bekabeling ArgNet: bekabeling tussen centrales onderling en herhaalborden RF-bekabeling: functiebehoud van 1 uur
-
Nexans Pyrolyon-tel 2P 0,9 mm2
-
halogeenvrij (MBZH)
-
totale maximum afstand: 1,2 km
-
eindelusweerstand: 100 Ohm
Bekabeling ArgNet: bekabeling tussen centrales onderling en herhaalborden
Opgelet: Andere kabeltypes zoals UTP zijn niet toegelaten (conform norm EN-54-2).
![]() |
DETECTOR SLIM MULTICRITERIA
De Arginadetectoren zijn opgebouwd uit een eenvoudig te monteren detectorsokkel voorzien van de nodige aansluitklemmen, waarin de detectorkop geplugd wordt. De detectorkop kan zonder speciaal gereedschap in de sokkel bevestigd en geborgen worden.
Het basisprincipe van het analoge systeem is dat de detectoren dienst doen als gevoelige adresseerbare meetelementen die in voortdurende communicatie zijn met de centrale. De detectoren sturen voortdurend hun meetwaarden door naar de centrale die deze stockeert in haar databank.
Afhankelijk van al deze meetwaarden, software algoritmes en de specifieke parameters voor elke detector (o.a. werkingsmode, vertraging, alarmniveau), kan de alarmstatus bereikt worden. In dit geval gaat de rode led oplichten.
De detector is leverbaar met 1 of meerdere werkingsprincipes (zie verder). De multisensor kan via programmering op 1 of meerdere detectiecriteria ingesteld worden. Deze programmering gebeurt gedeeltelijk op de werf in communicatie met de centrale en/of d.m.v. een optische afstandsbediening. De detector bevat geen enkele schakelaar.
Alle ‘on-site’ parameters worden in een EEPROM opgeslagen. Het adres wordt via de afstandsbediening ingegeven. De status van alle meetelementen kan op elk moment geverifieerd worden via de centrale en/of door middel van een optische afstandsbesturing.
Het unieke bidirectionele communicatieprotocol tussen de centrale en zijn detectoren filtert elke eventuele parasitaire storing zodanig dat het gebruik van afgeschermde kabel overbodig is.
Elke detector bevat een kortsluitbeveiliging die het gedeelte van de lus waar de kortsluiting zich voordoet of bevindt, buiten bedrijf stelt.
Werkingsprincipe:
Als optische detector: berust op het Tyndall principe. In de meetkamer zijn hiervoor de infrarode lichtbron en de foto-elektrischediode, die dienst doet als ontvanger, zodanig geplaatst dat ze optisch niet in dezelfde lijn liggen. Indien er zichtbare rook in de detector komt, zullen de aanwezige rookdeeltjes het infrarode licht weerkaatsen waardoor de ontvanger de nodige pulsen krijgt. Een elektronische schakeling zal hieruit de rookconcentratie bepalen (conform EN54-7).
Als thermomaximale detector: wanneer de omgevingstemperatuur een bepaalde drempel overschrijdt, wordt er een alarm gemeld. Deze drempel is instelbaar vanaf de centrale of d.m.v. een afstandsbediening (conform EN54-5 klasse A1).
Als thermovelocimetrische detector: wanneer er zich binnen een bepaalde tijdspanne een zekere temperatuurstijging voordoet (conform EN 54– 5 klasse A1), zal er een alarm gemeld worden. De centrale berekent dit softwarematig aan de hand van meerdere opeenvolgende metingen.
Als multisensordetector: optische detector waarbij de gevoeligheid verhoogt naarmate de temperatuur oploopt (Conform CEA4021).
![]() |
DUMMYDETECTOR SLIM
De Argina Technics dummydetector kan de SLIM-detector vervangen om een verdere verbinding van de lus te verzekeren.
- Installateursvriendelijk
- Voldoet aan de Europese norm
- Universele sokkel
- Tweedraadssysteem
![]() |
SIRENE 85 DB/SLIM SOUNDER AR/SI-AD
De Arginasirene met adres 85 dB of slim-sounder kan worden gebruikt op de bidirectionele branddetectielussen van de Argina Technics GMC+ adresseerbare brandmeldcentrale.
Max. 48 per lus, steeds rekening houdend dat een lus max 124 adressen kan bevatten. De sirenes kunnen volgende tonen opwekken:
-
Slow whoop: in 3 seconden van 500Hz naar 1200Hz, dan een pauze van 0.5sec
-
Sinusoïdale toon: op en neergaande signaal van 500Hz naar 1200Hz en terug naar 500Hz, enz.
-
Continu toon : 670hz
-
Intermitterende toon: signaal gedurende 0.9sec, dan een pauze van 0.9sec.
Alle loopsirenes op 1 Argina adresseerbare brandmeldcentraleGMC+ zijn automatisch gesynchroniseerd, ook met loopsirene AR/SI-ad (103dB).
Welke tonaliteit in welke situatie wordt gegeven wordt geprogrammeerd in de Argina adresseerbare GMC+ centrale.
Het adresnummer wordt geprogrammeerd van op afstand met de Argina LaserBox. Met de LaserBox kan men eveneens een sirene testen op dezelfde wijze als men een detector test: Indien de sirene en de communicatie met de centrale in orde is, zal de sirene een viertal korte ‘piepjes’ geven met een gereduceerd volume.
![]() |
DETECTORSOKKELS SLIM
De standaard SLIM-detectorsokkel is 9mm hoog.
Optioneel is een opbouwring verkrijgbaar van 20mm hoogte.
De optionele opbouwring kan worden gebruikt in industriële gebouwen waarbij de bekabeling via opbouwbuis loopt.
![]() |
DETECTOR MULTICRITERIA IOT
- De Arginadetectoren zijn opgebouwd uit een eenvoudig te monteren detectorsokkel voorzien van de nodige aansluitklemmen, waarin de detectorkop geplugd wordt. De detectorkop kan zonder speciaal gereedschap in de sokkel bevestigd en geborgen worden.
- Het basisprincipe van het analoge systeem is dat de detectoren dienst doen als gevoelige adresseerbare meetelementen die in voortdurende communicatie zijn met de centrale.
De detectoren sturen voortdurend hun meetwaarden door naar de centrale die deze stockeert in haar databank. Afhankelijk van al deze meetwaarden, de software algoritmes en de specifi eke parameters voor elke detector (o.a. werkingsmode, vertraging, alarmniveau), kan de alarmstatus bereikt worden. In dit geval gaan beide rode led’s oplichten.
Een aansturing voor een nevenindicator is standaard voorzien en is kortsluitvast.
- Via programmering kan de detector op één of meerdere detectiecriteria ingesteld worden.
Deze programmering gebeurt gedeeltelijk op de werf in communicatie met de centrale en/of d.m.v. een optische afstandsbediening.
De detector bevat geen enkele schakelaar, alle ‘on-site’ parameters worden in een EEPROM opgeslagen. Het adres wordt via de afstandsbediening ingegeven. De status van alle meetelementen kan op elk moment geverifieerd worden via de centrale en/of d.m.v. een optische afstandsbesturing.
- Het unieke bidirectionele communicatieprotocol tussen de centrale en zijn detectoren filtert elke eventuele parasitaire storing zodanig dat het gebruik van afgeschermde kabel overbodig is.
Elke detector bevat een kortsluitbeveiliging die de detector isoleert bij een detectorfout.
Werkingsprincipe:
Als optische detector: berust op het Tyndallprincipe. In de meetkamer zijn hiervoor de infrarode lichtbron en de foto-elektrische diode, die dienst doet als ontvanger, zodanig geplaatst dat ze optisch niet in dezelfde lijn liggen. Indien er zichtbare rook in de detector komt, zullen de aanwezige rookdeeltjes het infrarode licht weerkaatsen waardoor de ontvanger de nodige pulsen krijgt. Een elektronische schakeling zal hieruit de rookconcentratie bepalen (conform EN54-7).
Als ionische detector: reageert zowel op zichtbare als op onzichtbare rook/gas. De werking berust op het ASOS systeem, waarbij de ionische meetwaarde op unieke wijze wordt bepaald zonder radioactieve bron. Ten opzichte van detectoren met radioactieve bron krijgen we een verminderde gevoeligheid voor luchtstromen en een verbeterde werking bij hogere luchtvochtigheden (conform EN54-7).
Als thermomaximaal detector: wanneer de omgevingstemperatuur een bepaalde drempel overschrijdt, wordt er een alarm gemeld. Deze drempel is instelbaar vanaf de centrale.
Als thermovelocimetrische detector: wanneer er zich binnen een bepaalde tijdspanne een zekere temperatuurstijging voordoet (conform EN 54– 5 klasse A1), zal er een alarm gemeld worden. De centrale berekent dit softwarematig aan de hand van meerdere opeenvolgende metingen.
Als multisensordetector: optische detector waarbij de gevoeligheid verhoogt naarmate de temperatuur oploopt.
![]() |
SIRENE MET ADRES AR/SI-AD
De AR/SI-ad kan worden gebruikt op de bidirectionele
branddetectielussen van de GMC+ brandmeldcentrale. Op een basis centrale kunnen 48 sirenes geplaatst worden (max. 8 per lus).De sirenes kunnen volgende tonen opwekken:
-
Slow whoop: in 3 seconden van 500Hz naar 1200Hz, dan een pauze van 0.5sec
-
Sinusoïdale toon: op en neergaand signaal van 500Hz naar 1200Hz en terug naar 500Hz, enz.
-
Continu toon: 670Hz
-
Intermitterende toon: 670Hz gedurende 0.9sec, dan een pauze van 0.9sec.
Alle AR/SI-ad op één GMC+ zijn automatisch gesynchroniseerd.
Welke tonaliteit in welke situatie moet worden gegeven wordt geprogrammeerd in de GMC+centrale.
Het adresnummer wordt geprogrammeerd van op afstand met de LaserBox.
Met de LaserBox kan men eveneens en sirene testen op dezelfde wijze als men een detector test:
Indien de sirene en de communicatie met de centrale in orde is dan zal de sirene een viertal korte ‘piepjes’ geven met een gereduceerd volume.
De data wordt automatisch gecontroleerd, evenals de voeding en de speakerintegriteit.
|
Geluidsdruk |
Frequentie |
Geluidsniveau op 1m |
|---|---|---|
|
Slow whoop |
500Hz-1200Hz |
103dBA |
|
Sinusoïdale toon |
500Hz-1200hz |
102dBA |
|
Continu toon |
±670Hz |
98dBA |
|
Intermitterende toon |
±670Hz |
101dBA |
Tip om bovenstaande geluidsdruk te realiseren: Boor zo weinig mogelijk en zo klein mogelijke gaten in de behuizing voor de aansluitdraden, desnoods d.m.v. luchtdicht afdichten met neutrale siliconen.
Technische fiche![]() |
SIRENE AR / SI-MT3
De sirene kan 4 verschillende signalen genereren.
De sirene heeft 4 dubbel uitgevoerde aansluitingsklemmen: - 24V, +24V ingang 1, +24V ingang 2, +24V ingang 3.
Voor elk van de 3 ingangen kan men 1 van de volgende 4 signalen instellen met behulp van een dipswitch:
- Sinusoïdaal signaal: van 500Hz naar 1200Hz en terug naar 500Hz, enz.
- Slow whoop signaal: in 3 seconden van 500Hz naar 1200Hz, dan een pauze van 0,5sec
- Continu signaal: 670Hz
- Onderbroken signaal: 670Hz gedurende 0,9sec, dan een pauze van 0,9sec
Men kan kiezen om de sirene 2dB meer geluid te laten geven ten koste van een hoger stroomverbruik door bit 7 van de dipswitch in te stellen.
De signalen worden opgewekt vanuit een nauwkeurige kristaloscillator zodat geen extra synchronisatiedraad nodig is.
| GELUID | Bit7 = 0 | Bit7 = 1 ‘high power’ |
|---|---|---|
| Slow whoop | 40mA | 81mA |
| Sinusoïdale toon | 40mA | 91mA |
| Continu toon | 69mA | 90mA |
| Intermitterende toon | 36mA | 47mA |
![]() |
HERHAALBORD GMC+
Een bedieningspaneel kan zowel in het deksel van de centrale gemonteerd worden, als geplaatst worden op afstand. Ook meerdere bedieningspanelen op 1 centrale zijn mogelijk.
Het frontpaneel is universeel meertalig. De taal waarin de panelen werken kan on-the-fl y worden gewijzigd door op de toets ‘Text – Texte – Tekst” te drukken.
Een inschuifvenster is gebruikt om de tekst naast de LEDs in de juiste taal te kunnen geven.
De bedieningspanelen communiceren met de GMC+ centrale(s) via het ArgNet.
Met de bedieningspanelen kan men de centrale volledig bedienen. Eenvoudige instellingen zoals vertragingstijden kunnen via het bedieningspaneel zelf ingesteld worden.
Om gevorderde instellingen te wijzigen en moet men het ConfiGMC-programma gebruiken.
De verschillende autorisatieniveaus (EN54-2):
- niveau 1: 4 toetsen zijn voor iedereen toegankelijk: alarm, scroll, lampentest, zoemer stil, taalinstelling.
- niveau 2: De overige toetsen zijn toegankelijk zodra de speciale sleutel in het bedieningsklavier gebracht wordt en naar de juiste kant wordt gedraaid.
- niveau 3: Sommige functies onder de F-toets worden pas toegelaten na invoeren van een code.
- niveau 4: Door inpluggen van een laptop met het Confi GMC-programma is het mogelijk de volledige progammatie en alle gegevens te bekijken.
Indien de sleutel van het bedieningspaneel verwijderd wordt en men in de plaats hiervan een speciale connector inplugt, dan krijgt men toegang tot het hele ArgNet. Via de speciale connector en een ArgNet <> USB interface kan dan een laptop of PC verbonden worden aan het ArgNet. Op de laptop kan dan het Confi GMC programma werken zodat men de gehele centrale kan instellen, en dit zonder de centrale of bedieningspanelen te moeten openen. Ook het opvragen van meetgegevens (bijv. de meetwaarden van de detectoren, het stroomverbruik op de lussen of het stroomverbruik van de externe gebruikers) en het opvragen van de onderhoudswaarschuwingen kan op deze wijze gebeuren.
Bekabeling ArgNet: bekabeling tussen centrales onderling en herhaalborden RF bekabeling: functiebehoud van 1 uur
- Nexans Pyrolyon-tel 1P 0,9 mm2
- halogeenvrij (MBZH)
- totale maximum afstand: 1,2 km
- eindelusweerstand: 100 Ohm
Opgelet: Andere kabel types zoals UTP zijn niet toegelaten (conform norm EN-54-2).
![]() |
SNUFFELDETECTOR A4S
De detector combineert de voordelen van een analoge puntdetector met deze van een air sampling detector:
-
Gevoelige branddetectie, zelfs bij lage luchtsnelheden
-
Eenvoudige bekabeling, geen buizenstelsel: aanzuiging doorheen een dunne (6mmØ) flexibele darm
-
Complete identificatie en meetgegevens per aanzuigpunt
In tegenstelling tot andere air sampling systemen die zich toespitsen op branddetectie in ‘cleanrooms’, werd de A4S speciaal ontwikkeld om excellent te functioneren in zowel cleanrooms als zeer vuile en stoffige omgevingen.
De detectie is individueel: er is één aanzuigpunt per A4S. Via een bidirectionele branddetectielus worden alle meetwaarden en parameters gecommuniceerd met de branddetectiecentrale.
Er kunnen tot 25 A4S detectoren op één bidirectionele branddetectielus worden aangesloten.
Elke A4S is standaard uitgerust met optische rook meting.
In optie :
-
Meting van temperatuur en temperatuurstijging aan de aanzuigmond.
-
Multisensor meetwaarde (optische detector met verhoogde gevoeligheid bij snelle temperatuurstijging).
-
CO-detectie.
Voor al deze sensoren kan de meetwaarde worden opgevraagd vanaf de brandcentrale. Per sensor type en per A4S kunnen de alarmdrempels worden ingesteld vanaf de centrale.
Elke A4S bevat uitgebreide operationele controles:
-
Meting onderdruk: om verstopping / lekken in het aanzuigsysteem direct te kunnen melden.
-
Meting aanzuigcapaciteit: om het aanzuigsysteem en de aanzuigfilter te kunnen controleren.
-
Meting filterdoorlaat: opdat de filters niet sneller dan nodig én niet te laat vervangen zouden worden.
-
Meting pompamplitude: als controle van het aanzuigsysteem.
-
Meting voedingsspanning en stroom aanzuigsysteem: om de voeding van op afstand te kunnen controleren.
De A4S is intern modulair opgebouwd.
De filters zijn in een handomdraai te vervangen: deze schuiven in/uit een collectorblok. Onderhoud wordt dus erg eenvoudig.
Onderhoud:
De filters zijn zodanig ontworpen dat een serviceperiode van meer dan 1 jaar vooropgesteld wordt. Het echt service-interval zal echter afhangen van de specifieke omgeving. Indien noodzakelijk kunnen de modules ter plaatse snel en eenvoudig vervangen worden. Doordat de centrale continu alle metingen van de operationele parameters ontvangt, kan de onderhoudssoftware gedetailleerde waarschuwingen geven.
Het aanzuigpunt is uitgevoerd als een aanzuigmond:
De relatief kleine cirkelvormige aanzuigmond heeft een diameter van 60mm. Omwille van zijn vorm is hij erg stevig.
Het inox gaas koepeltje verhindert verstopping door rondvliegend vuil. Er is een nippel om de flexibele darm op aan te sluiten. Een ingegoten temperatuursensor als optie is verbonden met een aangegoten kabel. Er zijn twee bevestigingsgaten voorzien van 5mm diameter op een hartafstand van 50mm.
Aanzuigdarm:
De te gebruiken darm is van het merk Festo, type PU-4-BL (part no 6204). Externe diameter is 6mm, interne diameter is 4mm. De aanzuigdarm mag een lengte hebben tussen 0 en 20m. De aanzuigdarm wordt normaal samen met de kabel van de temperatuursensor in een buis geschoven (minimum 5/8).
Minimum buigradius: 8cm.
Aanzuigdetector:
Verbindingen met aanzuigmond:
- Er is een snelkoppeling voorzien voor de flexibele darm van de aanzuigmond.
- De kabel van de temperatuursensor wordt aangesloten op een kroonsteen in de detector.
Overige verbindingen:
- Aansluiting op bidirectionele branddetectielus: 2 polig. Voor de eenvoud zijn deze dubbel uitgevoerd: twee klemmen voor inkomende lus (E+/E-), twee klemmen voor uitgaande lus (O+/O-).
- Aansluiting op voedingsspanning 24Vdc: tweepolig.
Voor de eenvoud zijn deze dubbel uitgevoerd: twee klemmen voor inkomende voedingsspanning (P+/P-), twee klemmen voor uitgaande voedingsspanning (P+/P-).
![]() |
HANDBRANDMELDER
Er is geen gevaar voor kwetsen door glassplinters: het polycarbonaat venster breekt niet maar klikt weg bij bediening.
Bij bediening krijgt men een goede feedback door gevoelsmatig een sterke ‘klik’, visueel het oplichten van een rode led en het verschijnen van de tekst ‘activated’.
De module communiceert voortdurend met de centrale en staat in voor het doorgeven van de alarmstatus van de handbrandmelder en voor het in- of uitschakelen van de verdergaande lus.
Bij optreden van een kortsluiting op de lus wordt enkel dat gedeelte van de lus uitgeschakeld dat zich tussen 2 isolatoren bevindt. De plaats van de kortsluiting is dan snel te vinden door de aanduiding op de brandmeldcentrale.
De module heeft een eigen encodernummer, snel in te stellen met de LaserBox afstandsbediening.
De module kan door indrukken eenvoudig getest worden, waarna men het polycarbonaat venster eenvoudig kan herbewapenen met de meegeleverde sleutel.
Hij kan geleverd worden met transparante afscherming, ideaal voor gebruik in scholen, openbare plaatsen, voedingsverwerkende nijverheid en overal waar kans op ongecontroleerd gebruik mogelijk is.
![]() |
SLEUTELSCHAKELAAR
De Argina Technics sleutelschakelaar is uitgevoerd in slagvaste kunststof (ABS). Hij is verkrijgbaar in verschillende kleuren, afhankelijk van hun toepassing (rood, blauw, groen, geel of wit).
De module communiceert voortdurend met de centrale en staat in voor het doorgeven van zijn status.
De sleutelschakelaar is voorzien van een kortsluitisolator.
Bij het optreden van een kortsluiting wordt dan dat deel van de lus, welke zich binnen twee isolatoren bevindt, uitgeschakeld. De kortsluiting is dan snel te lokaliseren door de aanduiding op de centrale.
De sleutelschakelaar is voorzien van een adres. De instelling van dit adres gebeurt d.m.v. een laserbox.
De sleutel is niet afneembaar in de “ON” positie.
Technische fiche![]() |
IN/OUT-MODULE
De Input/Outputmodule is ingebouwd in een spatwaterdichte behuizing en voorzien van een kortsluitisolator.
De module wordt aangesloten op een analoge lus.
Elke module heeft zijn eigen nummer in de lus, instelbaar via laserbox.
De uitgangsrelais van 1A/24V is vrij programmeerbaar vanaf de centrale. Er is een normaal open en normaal gesloten contact voorzien.
De galvanisch gescheiden ingang wordt geactiveerd door een spanning tussen 5 V en 27 V op de ingangsklemmen te plaatsen.
Afhankelijk van de programmering zal deze ingang een alarm of een andere melding geven op de centrale.
CONVENTIONELE ZONEMODULE
De conventionele zonemodule is ingebouwd in een spatwaterdichte behuizing en voorzien van een kortsluitisolator. Ze wordt gebruikt om conventionele detectoren aan te sluiten op de adresseerbare GMC+centrale.
De module wordt aangesloten op een analoge lus. Elke module heeft zijn eigen nummer in de lus, instelbaar via laserbox.
![]() |
TCP/IP MODULE GMC+
De TCP/IP-module zorgt ervoor dat meerdere centrales kunnen verbonden worden met een netwerk of met internet. Via deze module en de nodige gebruikerssoftware (Config MC Lite) kan het hele systeem van op afstand beheerd worden.
Hierdoor kunt u ongeacht de locatie binnen het pand het display van de centrale op het scherm van uw PC visualiseren. Dit wordt vooral toegepast op locaties waar vanaf een controlekamer of externe technische dienst het system wordt bewaakt. Tevens kan Argina van op afstand het systeem voor u bewaken en eventueel de technische dienst ondersteunen bij storing of het systeem uitschakelen.
![]() |
KORTSLUITMODULE
De module communiceert voortdurend met de centrale en staat in voor het in- of uit schakelen van de verdergaande lus.
Bij optreden van een kortsluiting op de lus wordt enkel dat gedeelte van de lus uitgeschakeld dat zich tussen 2 isolatoren bevindt. De plaats van de kortsluiting is dan snel te vinden door de aanduiding op de brandmeldcentrale.
De module heeft een eigen encoder-nummer, snel in te stellen met de Laser-Box.
Technische fiche![]() |
TELEFOONDOORMELDER GMC+
Modem GMC+ centrale:
De modem kan tot 20 verschillende telefoonnummers contacteren.
Er is een totaal spraakgeheugen van 90 sec, partitioneerbaar in tot 20 verschillende spraaksegmenten.
Een boodschap kan uit één of meerdere spraaksegmenten bestaan. (bijvoorbeeld inleiding en melding adres hetzelfde, alarmboodschap verschillend).
Het is ook mogelijk een nummerherhaling of een boodschapherhaling te laten uitvoeren.
Voor het digitaal doormelden beschikt de modem over het Contact-ID protocol (andere digitale protocollen op aanvraag).
De modem wordt aangesloten op een analoge PSTN telefoonlijn, het vormen van het oproepnummer kan door middel van DTMF– of pulscode.
Verder beschikt de modem over een telefoonlijncontrole om de aanwezigheid van de telefoonlijn (kiestoondetectie) op instelbare tijdstippen te controleren.
Audio-interface:
Met de integratie van de modem beschikt de GMC+ centrale ook over een audio uitgang.
Deze op een cinch aansluitbus uitgevoerde uitgang kan gekoppeld worden aan PA of omroepsysteem.
Deze audio uitgang kan simultaan en onafhankelijk werken van de modem functie.
Er kunnen tot 5 verschillende boodschappen bestaande uit een of meerdere spraaksegmenten uitgestuurd worden. Het spraakgeheugen is hetzelfde als dat van de modem en dus beperkt tot 90 sec.
![]() |
!NIEUW! PLATTEGROND
Wenst u een visuele voorstelling te maken van de Argina Technics GMC+ adresseerbare brandcentrale op uw computer met daarop een aanduiding van de detectoren, drukknoppen, eventuele storingen en alarmmeldingen, dan kan dit vanaf nu ook met onze eigen ontwikkelde plattegrond-programma.
Het programma voor plattegronden is web-based opgemaakt zodat men er met een willekeurige webbrowser (Firefox, Internet Explorer, Google Chrome, Safari,...) naartoe kan surfen. Dit programma communiceert met de TCP/IP-module van de Argina Technics adresseerbare GMC+ centrale. Dit kan zowel via het lokaal netwerk of via internet.
De detectoren/drukknoppen kunnen ‘animated’ gemaakt worden zodat deze opvallen bij alarm of storingsmelding.
Plattegronden of foto’s kunnen ingelezen worden in volgende formaten:
-
Gif
-
Bmp
-
Jpeg
-
Png
-
Tiff
![]() |





















