Uitgekiende hardware en software hebben een centrale opgeleverd, hoog technologisch in een compacte behuizing. De centrale is leverbaar met of zonder ingebouwd bedieningspaneel.
De centrale communiceert volledig bidirectioneel met het totale gamma Arginadetectoren, handbrandmelders, input/output modules en gasdetectoren. Brandmeldinstallaties van 1 detector tot meer dan 10.000 detectoren kunnen met de GMC+ centrale opgebouwd worden.
Centrales kunnen via het ArgNet vrijwel onbeperkt gekoppeld worden met elkaar en met één of meerdere bedieningspanelen.
Daar waar nodig kunnen ArgNet interfaces worden ingeschakeld om lokaal de koppeling te verwezenlijken met:
Het bedieningspaneel kan zowel in opbouw of inbouw gebruikt worden. De bedieningspanelen op afstand kunnen zowel op 24Vdc als op 230Vac gevoed worden. Zij beschikken dan over een eigen voeding/lader en backupbatterij.
Opties:
De bidirectionele lussen zijn fysisch een tweedraadsleiding (getwist paar). Ze zijn volledig compatibel met kortsluitisolatoren. Indien men de lus uitvoert als gesloten ring, dan zal bij lijnbreuk op de lus, de lus langs beide zijden gevoed worden, zodat alle detectoren en handbrandmelders actief blijven.
Bij kortsluiting zal enkel het gedeelte van de lus uitvallen waar de kortsluiting optreedt.
De lussen interfacen met ‘analoge’ detectoren: dit zijn identificeerbare meetelementen die continu hun analoge meetwaarden doorgeven aan de centrale via een digitale communicatie. De centrale zal aan de hand van meerdere opeenvolgende meetwaarden en specifieke algoritmes bepalen of een detector in alarm of storing is.
De centrale interpreteert ook de gegevens op langere termijn zodat aan preventief onderhoud kan gedaan worden. De taal waarin de centrale meldingen geeft is op alle ogenblikken wijzigbaar met 1 toets. Bij elke melding verschijnt een exacte plaatsbepaling. (Deze door de gebruiker opgegeven tekst, tot 40 karakters lang, blijft onveranderd).
De centrale heeft standaard 5 vrij configureerbare relais. Als optie kunnen ook 2 extra relaisprinten in de centrale voorzien worden. Deze geven ofwel 12 extra relais per print (1A/relais) of 6 relais per print (5A), telkens 1 omschakelcontact.
Uiteraard kunnen relais ook op afstand worden geplaatst door gebruik te maken van input/outputmodules op de lussen. De centrale heeft 4 universele ingangen:
De ingangen kunnen uitgebreid worden, bijvoorbeeld met de 4 extra ingangen per relaisuitbreidingsprint, of met op afstand geplaatste input/outputmodules.
De centrale wordt snel en volledig geconfigureerd met het ConfiGMC-programma op PC.
Bij het in dienst stellen of tijdens onderhoud kan een laptop of PC ingeplugd worden in een bedieningspaneel, zonder dat dit geopend hoeft te worden. Via de laptop kunnen ook alle interne meetgegevens opgevraagd worden, bijvoorbeeld de meetwaarden van de detectoren, het stroomverbruik op de lussen of het stroomverbruik van de externe gebruikers.
Eenvoudige instellingen zoals vertragingstijden kunnen via het bedieningspaneel zelf ingesteld worden.
De LCD backlight wordt automatisch ingeschakeld zodra een toets wordt ingedrukt of indien een alarm of storing gemeld wordt.
De verschillende autorisatieniveaus:
(EN54-2/4):
Niveau 1:
4 toetsen zijn voor iedereen toegankelijk: alarm scrolI, lampentest, zoemer stil, taalinstelling.
Niveau 2:
De overige toetsen zijn toegankelijk zodra de speciale sleutel in het bedieningsklavier wordt gebracht en naar de juiste kant wordt gedraaid.
Niveau 3:
Sommige functies onder de F-toets worden pas toegelaten na invoeren van een code.
Niveau 4:
Door inpluggen van een laptop met het ConfiGMC-programma is het mogelijk de volledige progammatie en alle gegevens te bekijken.
Het ArgNetnetwerk koppelt de GMC+ brandmeldcentrales, de bedieningspanelen en de ArgNetinterfaces.
Het ArgNetnetwerk maakt gebruik van een getwiste afgeschermde tweeaderige kabel en is niet gepolariseerd.
Voor een verhoogde betrouwbaarheid, of indien keuringsorganismen dit eisen, kan gebruik gemaakt worden van een tweede kabel, aangesloten op de ArgNet Backup klemmen. Indien de communicatie op het eerste net onmogelijk is, schakelen alle units over op het backup net, zodat heel het systeem operationeel blijft, zelfs bij lijnbreuk of kortsluiting op een net.
Bekabeling ArgNet: bekabeling tussen centrales onderling en herhaalborden RF-bekabeling: functiebehoud van 1 uur
Bekabeling ArgNet: bekabeling tussen centrales onderling en herhaalborden
Opgelet: Andere kabeltypes zoals UTP zijn niet toegelaten (conform norm EN-54-2).
| BEHUIZING | |
|---|---|
| Afmetingen | 457 x 500 x 113mm (breedte x hoogte x diepte) |
| Materiaal | ABS/ V0 |
| Bevestiging | 4 gaten diameter 5mm |
| Kabelinvoer | 2 centraal geplaatste invoerzones aan rugzijde van basis. |
| (De bovenkant en de onderkant van de kap hebben een uitsparing van 26mm. De basis in ABS creëert een holle ruimte van eveneens 26 mm tussen centrale en muur. Hierdoor kunnen de kabels van bovenuit of van onderuit toekomen, achter de centrale verdwijnen en dan via de centrale kabelinvoer in de centrale gebracht worden. Wartels zijn overbodig. | |
| lP rating | IP30 |
| 19” compatibiliteit | Met een adapter en aangepaste afdekplaat kan de centrale in een 19” rack worden gemonteerd. |
| Intern voorziene plaats voor batterijen | maximum voor twee 17Ah hermetische batterijen (elk 180x170x78 mm) |
| Temperatuur | -5°C . +45°C |
| Vochtigheid | 0- 95% (non-condensing) |
| VOEDINGSSPANNING | |
| Primair | 230Vac / zekering 2AT |
| Batterij | 24Vdc hermetische batterij (2 x 12 V in serie) |
| Capaciteit batterij | 17Ah |
| Laadspanning batterij | temperatuursafhankelijk geregeld voor maximale levensduur batterijen (tussen 26,5 en 28 V) |
| Laadstroom batterij | max. 1,4 A (intern begrensd) |
| VOEDINGSMOGELIJKHEDEN BEDIENINGSPANEEL | |
| Indien ondergebracht in front van centrale | enkel op 24V van de centrale |
| Indien geplaatst op afstand | primaire voeding: naar keuze 230Vac of 24Vdc |
| secundaire voeding: hermetische batterij 0.8Ah | |
| VOEDINGUITGANG | |
| Aantal | 4 |
| Zekering per output | 5AF |
| Spanning | +24V (28,5V bij netvoeding, 19 à 24V tijdens batterijovername) stroomverbruik centrale zelf (indien batterijgevoed): 125mA (25mA extra per geactiveerde relais) |
| Totale toegelaten belasting voeding | 2A (4A bij alarm) |
| Toegelaten stroom voor externe verbruikers | totale toegelaten belasting voeding verminderd met verbruik centrale zelf en et stroomverbruik op lussen |
| BRANDDETECTIELUSSEN | |
| Aantal | 1 tot 6 bidirectioneel, elk met teruggaande lus |
| Aantal encoders per lus | max 124 |
| Kortsluitdetectiegrens | 500mA |
| RELAIS | |
| 5 relais van 2 omschakelcontacten 5A / 24V | |
| INPUTS | |
| 2 bewaakte inputs | elk bewaakt op kortsluiting en lijnbreuk |
| eindelus weerstand = 22K, | |
| ‘actief’ weerstand = 4K7 | |
| 2 optocoupler inputs | 5 .. 24V ac of dc: |
| Inputs op bedieningspaneel | bewaakteschakelaarlus met weerstandsidentificatie voor het inlezen van 2 externe schakelaars (vb voor externe ‘reset’ en ‘silence’) |
| BEWAKINGSINGANGEN | |
| 4 bewakingsingangen | voor bewaking van bekabeling naar bijvoorbeeld sirene-test op lijnbreuk en op kortsluiting |
| eindelusweerstand | = 470 Ohm / 2W |
| OPTIES | |
| 1.Audio output | cinch-connector, Niveau 2,2Vptp (= 0,77Veff , = -2dBV, = OdBm) op 600 Ohm |
| Uitgangsimpedantie: 600 Ohm, gebalanceerd (transformator gekoppeld) | |
| 2. Relaisprint | 6 relais van 5A/24V, 1 omschakelcontact |
| 3. Relaisprint | 12 relais van 1A/24V,1 omschakelcontact |
| MODEM | |
| Connectoren | kroonsteen voor ‘Iine in’ en voor ‘Iine out’ |
| Type | V.34 / 33K6 of beter |
| Goedkeuring | world class, CTR21 |
| Aansluiting | Rechtsreekse analoge buitenlijn (POTS) |