De Arginadetectoren zijn opgebouwd uit een eenvoudig te monteren detectorsokkel voorzien van de nodige aansluitklemmen, waarin de detectorkop geplugd wordt. De detectorkop kan zonder speciaal gereedschap in de sokkel bevestigd en geborgen worden.
Het basisprincipe van het analoge systeem is dat de detectoren dienst doen als gevoelige adresseerbare meetelementen die in voortdurende communicatie zijn met de centrale. De detectoren sturen voortdurend hun meetwaarden door naar de centrale die deze stockeert in haar databank.
Afhankelijk van al deze meetwaarden, software algoritmes en de specifieke parameters voor elke detector (o.a. werkingsmode, vertraging, alarmniveau), kan de alarmstatus bereikt worden. In dit geval gaat de rode led oplichten.
De detector is leverbaar met 1 of meerdere werkingsprincipes (zie verder). De multisensor kan via programmering op 1 of meerdere detectiecriteria ingesteld worden. Deze programmering gebeurt gedeeltelijk op de werf in communicatie met de centrale en/of d.m.v. een optische afstandsbediening. De detector bevat geen enkele schakelaar.
Alle ‘on-site’ parameters worden in een EEPROM opgeslagen. Het adres wordt via de afstandsbediening ingegeven. De status van alle meetelementen kan op elk moment geverifieerd worden via de centrale en/of door middel van een optische afstandsbesturing.
Het unieke bidirectionele communicatieprotocol tussen de centrale en zijn detectoren filtert elke eventuele parasitaire storing zodanig dat het gebruik van afgeschermde kabel overbodig is.
Elke detector bevat een kortsluitbeveiliging die het gedeelte van de lus waar de kortsluiting zich voordoet of bevindt, buiten bedrijf stelt.
Werkingsprincipe:
Als optische detector: berust op het Tyndall principe. In de meetkamer zijn hiervoor de infrarode lichtbron en de foto-elektrischediode, die dienst doet als ontvanger, zodanig geplaatst dat ze optisch niet in dezelfde lijn liggen. Indien er zichtbare rook in de detector komt, zullen de aanwezige rookdeeltjes het infrarode licht weerkaatsen waardoor de ontvanger de nodige pulsen krijgt. Een elektronische schakeling zal hieruit de rookconcentratie bepalen (conform EN54-7).
Als thermomaximale detector: wanneer de omgevingstemperatuur een bepaalde drempel overschrijdt, wordt er een alarm gemeld. Deze drempel is instelbaar vanaf de centrale of d.m.v. een afstandsbediening (conform EN54-5 klasse A1).
Als thermovelocimetrische detector: wanneer er zich binnen een bepaalde tijdspanne een zekere temperatuurstijging voordoet (conform EN 54– 5 klasse A1), zal er een alarm gemeld worden. De centrale berekent dit softwarematig aan de hand van meerdere opeenvolgende metingen.
Als multisensordetector: optische detector waarbij de gevoeligheid verhoogt naarmate de temperatuur oploopt (Conform CEA4021).
| MATERIAAL | |
|---|---|
| ABS | |
| AFMETINGEN | |
| diameter | 100mm |
| hoogte | 40mm incl. sokkel |
| VOEDINGSSPANNING | |
| 9 - 29 Vdc | |
| STROOMAFNAME | |
| in rust | 0.5mA |
| in alarm | 2.5mA |
| OMGEVINGSTEMPERATUUR | |
| -10°C tot +60°C | |
| MAXIMALE VOCHTIGHEID | |
| 95% REL | |
| geen condensatie | |
| ALARMINDICATOR | |
| rode LED | |
| NOODVERLICHTING | |
| witte LED | |
| OPTIONEEL | |
| -module ingebouwde sirene (85dB) | |
| -module relaisprint | |
| -module herhaallamp | |
| -verhoogde sokkel (20mm) | |
| NORMEN | |
| EN54 - 5/7 | |
| CEA4021 | |
| Verkrijgbaar als | |
| Optisch | |
| Thermisch | |
| Thermovelocimetrisch | |
| Multisensor (combinatie) | |
| CO | |